Regelmatig wordt de vraag gesteld of en wanneer een vrijwillige hulpverlener niet mag/moet overgaan tot reanimeren. Hoewel deze vraag al vaker is gesteld en beantwoord geven wij een overzicht. Uitgangspunt is: reanimeren en zo snel mogelijk starten. Slechts in een aantal situaties dient reanimeren achterwege te blijven. Een bekend voorbeeld is de niet-reanimerenverklaring en de penning met dezelfde boodschap. Ook wordt ingegaan op de juridische gevolgen van wel/niet-reanimeren.

Achtergrond
Volgens informatie van de Hartstichting worden er elke week 300 mensen getroffen door een hartstilstand buiten het ziekenhuis, meestal thuis. De gemiddelde leeftijd van het slachtoffer is 66 jaar. Van de slachtoffers heeft 50 percent nooit eerder hartklachten gehad. Uiteindelijk overlijden er elke dag meer dan 100 mensen in Nederland aan een hart- of vaatziekte. Daarmee is het overlijden aan een hart- of vaatziekte een zeer belangrijke doodsoorzaak. Met een goede analyse van de situatie en het tijdig en goed uitvoeren van een reanimatie kunt u een eigen bijdrage geven om dat aantal te verminderen. Na een tijdig ingezette en succesvolle reanimatie is in het merendeel van de gevallen de kwaliteit van het leven goed. Het is tegen deze achtergrond dat hierna wordt ingegaan op het nut van reanimeren en wanneer dat achterwege moet, dan wel mag blijven.

Uitgangspunt
Iedere burger die een medemens in acute nood aantreft en hem of haar hulp kan verlenen zonder zich in gevaar te brengen, dient deze hulp te verlenen. Dat is niet alleen een kwestie van normale omgangsvormen tussen burgers onderling, maar ook in een aantal situaties een juridische plicht. Een burgerhulpverlener dient in actie te komen als iemand, die in acuut doodsgevaar verkeert, kan worden geholpen zonder dat zijn eigen leven of gezondheid in gevaar wordt gebracht. De wetgever heeft deze norm in het wetboek van strafrecht (artikel 450) neergelegd. Dat geldt bij het hulpverlenen in de vorm van het reanimeren en indien mogelijk de inzet van een AED onverkort. Immers van eigen doodsgevaar of bedreiging van de gezondheid kan redelijkerwijs niet worden gesproken.

Onderscheid beroepshulpverlener vrijwillige hulpverlener
Van een beroepshalve optredende hulpverlener – veelal als ‘professional’ aangeduid – mag meer kennis worden verwacht dan van een vrijwilliger. Zijn doen en laten wordt geregeld in de Wet op de geneeskundige behandelovereenkomst. Deze wet stelt eisen die niet voor de vrijwilliger gelden. De professional is nagenoeg altijd werkzaam in een ziekenhuis, verpleeg- of verzorgingshuis. Hij weet dus of de persoon die door acuut hartfalen wordt getroffen de wens heeft wel of niet te worden geholpen in de vorm van reanimatie. Daarbij kan worden gedacht aan (hoogbejaarden) die in een ziekenhuis, verpleeg- of verzorgingshuis verblijven. Deze mensen kunnen een (sterk) verminderde gezondheid hebben, al eerder last van hartfalen hebben gehad en op basis daarvan schriftelijk hebben verklaard bij een nieuw incident geen reanimatie te wensen. Als deze wens bekend is, dient deze te worden gerespecteerd. In geval dat deze wens niet bekend is, geldt onverkort de hoofdregel: begin met reanimeren indien zeker is dat deze aanvangt binnen zes minuten na het optreden van het hartfalen.

Niet-reanimerenpenning of – verklaring
In het Nederlandse recht geldt dat een volwassen mens een zelfbeschikkingsrecht heeft. Hij is niet verplicht medische hulp in te roepen of hij mag deze weigeren als dat hem geraden voorkomt. Extreem gezegd, zelfdoding is in Nederland anders dan in veel andere landen geen strafbaar feit. Indien iemand ervoor kiest om een verklaring te ondertekenen dat hij ingeval van hartfalen niet wenst te worden geholpen, dient een hulpverlener dat te respecteren. Die verklaring moet wel zichtbaar zijn, ondertekend met een handtekening van het slachtoffer en voorzien zijn van een dagtekening. En als meest belangrijke punt geldt dat de persoon die de verklaring heeft afgelegd, populair gezegd, bij zijn gezonde verstand moet zijn, of meer juridisch verwoord, wilsbekwaam moet zijn. Dan is sprake van een rechtsgeldige verklaring. Vindt u bij het starten van de reanimatie geen penning of verklaring? Dan geldt onverkort de hoofdregel: kom in actie en reanimeer het slachtoffer. Bent u al bezig met reanimeren en komt u dan als vrijwillige hulpverlener de verklaring of penning tegen dan hebt u de keuze: stoppen of doorgaan. U mag dan dus zelf kiezen. Voor de professionals geldt dat zij wel moeten stoppen. Dit op grond van de Wet op de geneeskundige behandelovereenkomst. Er zijn in Nederland meer dan 20.000 mensen die een verklaring niet-reanimeren hebben ondertekend dan wel een niet-reanimerenpenning dragen. Een redelijke inschatting lijkt te zijn dat dit aantal eerder zal toenemen dan zal afnemen. Dat hangt samen met een sterk vergrijzende samenleving, en een mondiger en zelfbewuster publiek dat niet tegen elke prijs bij een slechte of toch al een sterk verminder(en)de gezondheid elke vorm van medische levensverlengende hulp wenst te ontvangen.

Juridische aspecten
Indien u zich als geschoold EHBO’er of BHV’er houdt aan de richtlijnen zoals deze hier te lande door de Nederlandse Reanimatieraad (NRR) zijn opgesteld,

– de inhoud daarvan is hiervoor (populair) weergegeven

– dan hoeft u voor de juridische gevolgen van een reanimatie niet te vrezen. Dat geldt los van de vraag of uw inzet succesvol is geweest of niet.

In Nederland hoeft u niet bang te zijn dat u door het slachtoffer of diens nabestaande aansprakelijk wordt gesteld voor de gevolgen van uw reanimatie. De wetgever en de rechters plegen de inzet positief te waarderen, zeker als het gaat om burgers die medeburgers hulp verlenen en zich daarbij aan erkende richtlijnen zoals die van de NRR houden.

Tot slot
Een goed uitgevoerde reanimatie kan letterlijk het verschil tussen leven en dood uitmaken. Niets doen levert het resultaat dat een medemens definitief uit ons midden verdwijnt. Maar ook moet worden bedacht dat niet elke reanimatie, hoe goed ook uitgevoerd, succes heeft. Als het hart stopt met het laten circuleren van het bloed, is de toestand van het hart al slecht. Praat u zelf daarom geen schuldgevoel aan als uw inzet niet tot het gewenste resultaat leidt, namelijk het in leven houden van uw medemens. En mocht uw medemens een niet-reanimerenpenning of -verklaring bij zich hebben en u weet daarvan voordat u start; respecteer de keuze en doe niets.

Bart van Walderveen

Related posts