Dagboek van een instructeur

Humor is een belangrijk onderdeel van een geslaagde les. Natuurlijk komen cursisten naar een les om er iets nieuws te leren of zaken die in het verleden geleerd zijn op te halen en te verdiepen. Maar voor een goed leerproces is het noodzakelijk dat iedereen – cursisten zo­wel als docent – zich op zijn gemak en veilig voelt. Immers als je bang bent voor negatieve kritiek of om “af” te gaan, zal het leerrendement niet heel erg hoog zijn. Alleen in een sfeer van gezamenlijkheid en vertrouwen kan je werkelijk iets leren.

Als docent ben ik me maar al te zeer bewust van de belangrijkheid van de sfeer binnen een groep en zal ik mijn ogen en oren de hele tijd goed open houden om erop te letten dat de sfeer niet omslaat. Soms, als je moet werken met niet gemotiveerde cursisten (“Ik moet dit nu eenmaal van mijn baas, maar ik zat liever ergens anders”) kan het een hele klus zijn om toch ie­dereen bij de les te betrekken en ervoor te zorgen dat alle cursisten – ook de niet-gemotiveerden – de kans krijgen er iets bij te leren.

Aan de andere kant zijn er ook lessen waarbij je uit moet kijken dat de sfeer niet al té jolig wordt. Dat zijn de lessen waarbij de grappen en grollen voortdurend door het lokaal vliegen en je uit moet kijken dat de lotus daar niet de dupe van wordt.

Soms echter verloopt een les heel anders dan je ge­pland en voorzien had. Dat overkwam mij tijdens een les reanimatie. De groep was zeer gemotiveerd en er werd heel serieus geoefend met de verschillende onderdelen van het hulpverlenen bij een acute circulaties­tilstand. Er werden veel geïnteresseerde vragen gesteld en ervaringen uitgewisseld. Het was echt zo’n les waar je ook als lesgever heel veel plezier aan beleeft: je ziet hoe de cursisten groeien, vaardigheden opdoen en zelfvertrouwen krijgen en je krijgt het gevoel dat er na afloop van de cursus weer een groep goede hulpverle­ners ervoor zullen zorgen dat het op straat en thuis een stukje veiliger voor ons allemaal wordt.

De vraag wordt gesteld: “Zou je al direct kunnen beginnen met de borstcompressies en tegelijkertijd iemand vertellen dat er gebeld moet worden en dat de melding een reanimatie betreft?” Mijn reactie is dat dat zeker mogelijk is en dat je daardoor wellicht weer een paar seconden eerder met je hulpverlening kunt beginnen. Om dit te demonstreren zak ik op mijn knieën naast de reanimatie pop neer, voer de controles uit, zet mijn handen op de borstkas en geef de eerste compressies terwijl ik tegelijkertijd uitroep: “Meneer, bel 112! Het gaat om een reïncarnatie’:

Het duurde even voor we met de les verder konden gaan. Dit voorval vond al een behoorlijke tijd geleden plaats, maar als ik één van die cursisten nu weer tegen­kom, word ik er altijd weer aan herinnerd dat ik 112 heb laten bellen voor een reïncarnatie.

 

En de cursisten? Ja, daar is het helemaal goed mee gekomen. Misschien dat deze onbedoelde verspreking juist geholpen heeft om ze het protocol te laten inpren­ten. In ieder geval zijn ze goede hulpverleners gewor­den.

 

Els Knaapen

Instructeur Eerste Hulp /lid NODE

Related posts