Help! Alarm gaat af in kinderdagverblijf

Het is niet goed gesteld met de brandveiligheid in kinder­dagverblijven in Nederland. Uit een onderzoek in 2011 door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu blijkt dat de aandacht voor brandveiligheid te gering is en dat er brand­gevaarlijk materiaal wordt gebruikt of materialen die een obstakel kunnen zijn bij een calamiteit. Uit een bestand van circa vierduizend adressen zijn verspreid over het land 29 kinderdagverblijven bezocht. Meer dan de helft van de loca­ties heeft geen beleid om brandveiligheidsrisico’s te vermin­deren door de keuze van meubilair, stoffering en versiering.

Jaarlijks rukt de brandweer in ons land regelmatig uit naar een brand­melding in een kinderdagverblijf. Het exacte aantal is niet bekend, maar het gaat wel om tientallen meldingen, en niet alleen onge­wenste meldingen. Gezien de aard van het gebouw en de opvang van veelal kleine, niet zelf redzame kin­deren is een kinderdagverblijf ver­plicht om een gebruiksvergunning te hebben. Die geeft voorschriften voor het beperken van de kans op brand, voor het beperken van de gevolgen en, heel belangrijk, voor het ontvluchten uit het gebouw bij brand.

Bouwbesluit

In het bouwbesluit van 2012 zijn bouwtechnische voorschriften op­genomen die van toepassing zijn op bestaande gebouwen en voor het (ver)bouwen van kinderopvanglocatie. De voorschriften hebben betrekking op bijvoorbeeld de constructieve veiligheid, de toegankelijkheid, de energiezuinigheid, de compartimentering en de vluchtroutes. In het gebruiksbesluit worden ook aanvullende voorschriften (niet-bouwtechnische voorschriften) beschreven op de eisen die al genoemd worden in het bouwbesluit. Er worden bijvoorbeeld eisen gesteld ten aanzien van aanwezige brandveiligheidsinstallaties en het gebruik van brandwerende of brandvertragende materialen. Verder is ook een brandmeldinstallatie verplicht met rechtstreekse door­melding naar de brandweercentrale.

Ontruimingsplan en ontruimingsoefening

Een ontruimingsplan en ontrui­mingsoefeningen zijn voor alle organisaties en bedrijven belangrijk, en daarom zeker voor kinderdagverblijven waar kinderen in de leeftijd van O tot globaal 12 jaar, al of niet slapend, en niet zelfredzaam zijn ondergebracht. Dit houdt in dat vooral aan de ontruimingsoefeningen veel aandacht moet worden besteed en dan vooral ook aan de voorbereidende fase. Kleine kinderen hebben nog niet het vermogen om tijdens een alarmsituatie adequaat te handelen, en veelal zal er met veel paniek en emoties (huil­buien) worden gereageerd.

De inhoud van het ontruimingsplan van een kinderdagverblijf is vrijwel gelijk als die van ontrui­mingsplannen in reguliere bedrijven en organisaties. Ook voor kinderdagverblijven geldt dat de geëigende procedures beschreven moeten worden in geval van een calamiteit, de taken en verantwoordelijkheden van de diverse perso­neelsleden, stagiaires en zo nodig de aanwezige ouders en vrijwilligers. Verder de risico’s die in het gebouw aanwezig zijn, de vluchtwegen, de plaats van de brandblus­middelen en korte ontruimingsinstructies in alle lokaliteiten.

Hoe vaak een ontruimingsoefening?

In de wet staat niet expliciet aangegeven hoe vaak een ontruimingsoefening gehouden moet worden. In het Arbo-besluit staat wel dat de ‘frequentie van een oefening zodanig moet zijn dat de bedrijfshulpverlening de ontruiming adequaat kan leiden. Praktisch gezien betekent dit dat iedere kinderopvanglocatie minimaal 1 keer per jaar een ontruimingsoefening moet houden en evalueren.

Ontruimen

Als door wat voor oorzaak ook in een gebouw het ontruimingssignaal afgaat, weten volwassenen over het algemeen wel wat ze moeten doen; in ieder geval zorgen dat ze zo snel mogelijk naar buiten gaan of naar een ander veilig gedeelte in het gebouw. De praktijk leert dat een ontruiming bijna altijd zeer snel en meestal zonder problemen verloopt, zeker als iedereen zelfred­zaam is. Voor kinderdagverblijven geldt dit niet. De ontruimingstijd bedraagt al gauw vijftien minuten, en daarvoor moet het personeel meerdere malen terug om alle kin­deren weg te leiden of te dragen. De omstandigheden om te ont­ruimen zijn niet ideaal. Men heeft te maken met baby’s die men in speciaal hiervoor gemaakte rijden­de bedjes, met daarin meerdere kinderen, naar buiten moet rijden. Kinderen die alleen nog maar kun­nen kruipen moeten gedragen wor­den, of ook via de rijdende bedjes worden geëvacueerd. Kinderen die wel kunnen lopen moeten als het enigszins kan geordend naar buiten worden geleid. Dit kan gebeuren met behulp van een lang touw of ketting met daaraan vastgemaakt voldoende lussen die de kinderen vast kunnen pakken. Maar ofldn­deren die lus vast blijven houden is nog maar de vraag. Tijdens de ontruimingsoefeningen lukt dit vaak niet.

De indeling van het gebouw is belangrijk om zo snel mogelijk te kunnen evacueren. Een kinderdag­verblijf moet bij voorkeur op de begane grond worden gesitueerd. Trappen zijn voor niet zelfredzame kinderen een geweldig obstakel om te ontruimen, en het systeem van rijdende kinderbedjes heeft dan ook geen enkele toegevoegde waarde.

Voorbereiden

Het allerbelangrijkste bij een ont- ruiming is dat de kinderen hiervoor regelmatig op worden voorbereid. Dit kan in de vorm van spelletjes, toneelstukjes, met liedjes etc.

Om kinderdagverblijven hierin te ondersteunen hebben Consument en Veiligheid en BoinK (belan­genvereniging van ouders in de kinderopvang en peuterspeelzalen) verschillende tips en tools ontwik­keld, zoals:

Maak een web met woorden of tekeningen (voor kinderen van 6 tot 12 jaar)

Doel? De onderwerpen brand, brandweer en brandveiligheid on de aandacht te brengen van kinderen.

De brandweerman vertelt zijn verhaal voor kinderen van 4 tot 12 jaar.

Een brandweerman begeleidt de activiteit samen met de medewerkers, met ook weer als doel om de brandveiligheid onder de aandacht van de kinderen te brengen en hen hiervoor bewust te maken.

Vertel een “Doe-verhaal” over brand, brandweer of brandveilig­heid voor kinderen van 3 tot 8 jaar. Laat daarbij bijvoorbeeld de kinde­ren in hun handen klappen als zij het woord brand horen, of laten zij het woord “knetter” zeggen of het geluid van de sirene van een brand­weerauto nadoen.

Vertel een verhaal of versje en zing een lied voor kinderen van 3 tot 8 jaar. Dit is ook geschikt voor de ouders om thuis met hun kinderen te oefenen.

Een beginnende brand in een kinderdagverblijf is verschillend van een beginnende brand in een fabriek of een ander gebouw. Ver­schil van brand is er niet, brand is brand en die gaat steeds gepaard met vlammen, rook en warmte. De risico’s op het ontstaan van brand zijn misschien wel verschillend, alhoewel…. De evacuatie van een kinderdagverblijf loopt wel helemaal anders dan bij een fabriek of andere instellingen. Oefenen, voorbereiden, oefenen; omwille van de veiligheid van kleine, kwetsbare kinderen, moet dit een belangrijk onderdeel zijn van het activiteiten­ en lesprogramma.

Wie wil weten wat de mogelijk­heden zijn om zich voor te bereiden, kan via Google ‘tips en tools brandweer voor kinderdagverblijven’ intypen. Men komt dan op de site van de brandweer waar een handige brochure over de brandveiligheid in kinderdagverblijven kan worden gedownload. Hierin is alles na te lezen over de gebruikersvergunning, wet en regelgeving, bouwbesluit, ontruimings­plan en allerlei spelletjes en liedjes, met muziek, om kinderen voor te bereiden.

Via www.vrolek.nl kunt u bij uitzending gemist een film zien, die gemaakt is tijdens een ont­ruimingsoefening in het kinder­dagverblijf Alles Kids in Krimpen a/d Lek, in samenwerking met de brandweer Midden Holland.

Adri van Vliet (RHB)

Related posts