Beer is beter dan honderd woorden

Als er iets is wat ons emotioneel raakt in de hulpver­lening, dan is het wel een kind met letsel. Want dat is zielig, we voelen als het ware zelf de pijn die het kind heeft. En het is logisch dat wij dat zo vinden, zo steken wij mensen nu eenmaal in elkaar. Dat is gelijk onze valkuil, want op dat moment kan die emotionele bele­ving leiden tot onjuist handelen of te voorzichtig, niet doeltreffend genoeg. Laten we het medelijden over­heersen, dan kunnen we misschien niet meer objectief kijken en handelen en daarmee de juiste observaties en noodzakelijke acties laten liggen. Dit maakt de hulp­verlening aan kinderen een uitdaging, zoals Marion van den Hurk in haar artikel beschrijft.

Dat geldt ook voor professionals op de ambulance, want een kind in de problemen went nooit. Dat went niet, want kinderen met ernstig letsel komen niet zo­veel voor. Daardoor is de routine minder aanwezig. Daarnaast heeft niet iedere ambulance medewerker ervaring met kinderen in een ziekenhuis. Heb je zelf jonge kinderen, dan is de emotionele link nog sneller gelegd. Kortom: een uitdaging om dan nog zo helder en zo objectief mogelijk te observeren, te denken en te handelen. Dat begint al bij de melding en onderweg: leeftijd? Daarbij behorend gewicht, belangrijk voor dosering medicatie en infuus? Bij aankomst: wat is er gebeurd? Het mechanisme van het ongeval is belangrijk om in te kunnen schatten wat de onzichtbare letsels kunnen zijn. Marion gaf daar al een opsomming van. Het kind huilt, schreeuwt … pff, gelukkig, want dan is er ademhaling en circulatie. En hoe harder het kind schreeuwt, hoe beter want des te beter het be­wustzijn. Een zachtjes kreunend kind kan ernstig in de problemen zijn, dat zal eerder mijn aandacht vragen dan de schreeuwerd.

Vallen de verwondingen mee, dan is er weer de uitda­ging om het kind gerust te stellen en te troosten, terwijl je ook nog misschien wel iets vervelends moet gaan doen, zoals een injectie geven tegen de pijn of een arm of een been spalken. Dat lukt niet altijd, maar gelukkig hebben we de Goodbear. Die knuffel doet wonderen in zulke situaties. De beer geeft troost en afleiding aan kleine kinderen, maar ook aan grotere kinderen. Zelfs voor de kanjers van een jaar of 11 die zich lang pro­beren groot te houden en hun tranen verdringen. Het zijn de ‘mannen’ die de tranen laten stromen als ze die beer in hun armen sluiten. De stress, de spanning en pijn stromen weg. Fijn dat wij over die Goodbear kun­nen beschikken. Die doet het soms beter dan honderd woorden.

Paul Wouters

Related posts