Veilig op reis, deel 3: Bilharzia

Even zwemmen in een meertje, om afte koe­len op een warme dag? Dat kan op tropische bestemmingen heel kwalijk uitpakken. In het zoete water kun je namelijk Schistoso­miasis oplopen, ook wel Bilharzia genoemd. We kijken in detail naar de ziekte en de maatregelen die mensen kunnen nemen om de kans op besmetting zo klein mogelijk te houden.

Schistosomiasis, ook wel Bilharzia genoemd, is een parasitaire infectie die je in (sub)tropische gebieden op kunt lopen in situaties waar je je van geen gevaar be­wust bent. Het wordt veroorzaakt door een worm die, net als bijvoorbeeld de malariaparasiet, een nogal in -gewikkelde levenscyclus heeft. Voor zijn ontwikkeling heeft hij niet alleen de mens, maar ook een zoetwater­slak als gastheer nodig. In die gastheer ontwikkelt hij zich en produceert larven die uiteindelijk in het water terecht komen. De slak die als gastheer dient, komt uit­sluitend voor in zoet water. In gebieden waar deze slak voorkomt, is daarom al het zoete water verdacht. Al­leen als een rivier of beek zo hard stroomt dat je er niet meer in kunt zwemmen, kan de slak zich niet handha – ven. Het grootste risico op besmetting loop je binnen een straal van 200 meter van menselijke bewoning of van een plaats in de rivier die door de bevolking als openbaar toilet wordt gebruikt. Als je ziet dat mensen zich in de rivier staan te wassen, mag je aannemen dat ze geen stromend water in huis hebben en dus naar alle waarschijnlijkheid de rivier ook als toilet gebruiken.

Water waaraan chloor is toegevoegd, is veilig, net als water dat 24 uur opgeslagen is geweest: de larven over­leven maar gedurende 24 uur. Zwemmen of pootjeba­den in zee is altijd veilig, omdat de gastheerslak in zout water niet kan leven.

Schistosomiasis is wijdverspreid in de tropen en in subtropische gebieden. Het komt onder andere voor in Afrika, delen van Latijns-Amerika en het Caribische gebied, sommige landen in het Midden-Oosten, Delen van China, de Filippijnen en Zuid-Oost Azië. Het is daarom zaak om je goed te laten voorlichten over de situatie in het land waar je naartoe reist.

Wormpjes in het water

De larven zien eruit als piepkleine wormpjes. Ze drin­gen actief door de huid van zwemmers of pootjebaders heen. In Afrika heeft een larve daar ongeveer tien minuten voor nodig, de wormpjes in Azië zijn sneller: die kunnen in vijf minuten door je huid heendringen. De larven gaan vervolgens op reis door het lichaam en ontwikkelen zich tot volwassen wormpjes, die eitjes leggen die zich in de blaas, de darmen en soms ook in of rond het ruggenmerg nestelen. Als deze vervol­gens weer via urine of ontlasting in het water terecht komen, waarin ook de slak leeft, is de cyclus rond en begint hij weer van voren af aan.

Preventie

De enige goede preventie tegen het oplopen van Bil­harzia is zorgen dat je niet in contact komt met on­gechloreerd, zoet oppervlaktewater. Hoe schoon en helder het water ook is, de kans op besmetting met de Schistosoma-parasiet is in sommige gebieden altijd aanwezig. Zou wassen of douchen met oppervlak­tewater de enige mogelijkheid zijn, kijk dan hoe het opgeslagen is. Zat het water het langer dan een dag in een tank, dan kun je ervan uit gaan dat de parasieten niet meer leven. Als je watercontact niet kunt voorko­men, laat het water dan in ieder geval niet op de huid opdrogen, maar droog je zo snel en zo stevig mogelijk af. Door je huid snel droog te wrijven verwijder je wel­licht wormpjes die nog bezig zijn door de huid heen te dringen. Helaas zijn er geen behandelingen of medicij­nen die je preventief kunt innemen om besmetting te voorkomen. Ook direct na het watercontact is er geen behandeling nodig.

Symptomen

Zoals vaak gebeurt bij worminfecties, hebben een heleboel mensen na besmetting geen klachten. Soms veroorzaakt het binnendringen van de larven door de huid jeuk tijdens of kort na het contact met het geïnfecteerde water. Deze jeuk gaat soms gepaard met huiduitslag en wordt wel zwemmersjeuk genoemd. Deze jeuk is op zich nog geen indicatie van een be­smetting door de Schistozomaparasiet: zwemmersjeuk kan vele oorzaken hebben en het gaat meestal na ver­loop van tijd vanzelf over.

Is men echter wel besmet door de parasiet kan men twee tot tien weken na het contact koortsig en ziek worden. Dit is het stadium waarin de larven volwassen worden en op reis gaan door het lichaam. De volwas­sen wormen leggen eitjes die zich in blaas en darmen kunnen nestelen. Deze eitjes veroorzaken een ontste­kingsreactie in de blaas en de darmen, met als gevolg: bloed in de urine, buikpijn en diaree. Als de wormei­eren zich in of rond het ruggenmerg nestelen zal ook daar een ontstekingsreactie ontstaan, met rugpijn en verlammingsverschijnselen tot gevolg. Op langere termijn kan de parasiet beschadiging geven van lever, blaas, darmen, nieren en in sommige gevallen zelfs van het ruggenmerg en de hersenen.

 

Els Knaapen

Instructeur EHBO

Related posts