Als de pieper gaat: praktijkervaringen met snelle harthulp in Uithoorn

Bob Berkemeier

Om snel reanimerende handen en een A E D bij de patiënt met een circulatiestilstand te krijgen, komen overal systemen van ‘Burgerharthulp’ van de grond. Als voorpost van de ambulancedienst verlenen getrainde vrijwilligers harthulp, ondersteund door een zelf meegebrachte of snel in de buurt opgehaalde A E D . Een voorbeeld is beschreven in Hulpverleners Magazine nummer 5 van vorig jaar: het systeem van Veghel HartSave. In dit artikel beschrijven we de werking van het systeem in mijn woonplaats Uithoorn. Sinds begin 2014 doe ik daar mee in het reanimatieteam van de Stichting A E D Uithoorn.

Samenwerking tussen burgers en professionals
Dit systeem functioneert nu drie jaar. Deelnemers zijn de regionale ambulancedienst, de politie, de vrijwillige brandweer, VMB Beveiliging en ruim veertig getrainde vrijwilligers. Initiatiefnemers waren de secretarissen van de plaatselijke EHBO-verenigingen. Cardioloog prof. dr. R. Koster (Academisch Medisch Centrum Amsterdam) en Ambulance Amsterdam hebben de supervisie. Door de Stichting A ED Uithoorn zijn vrijwilligers getraind in het uitvoeren van reanimatie (borstcompressie en beademing) en het bedienen van een AED. Zij komen uit de kring van onder andere de EHBO-verenigingen en de Bedrijfshulpverlening. De brandweervoertuigen en de politieauto’s in ons gebied zijn voorzien van een AED. Ook deze hulpverleners kunnen daarmee werken. Als bij de centrale meldingspost in Amsterdam een 112-melding binnenkomt over een (mogelijke) circulatiestilstand, stuurt de centralist meteen twee ambulances. Die rijden uit vanaf de posten in Amstelveen of Aalsmeer. Tegelijkertijd ontvangen alle vrijwilligers van het Reanimatieteam U i t h o o r n een melding op hun tracer, hun pieper, met het adres. W i e in een straal van een kilometer om het adres van de patiënt w o o n t , krijgt ook een sms-bericht op de mobiele telefoon. Gelijktijdig gaat de 112-melding naar de politie en de vrijwillige brandweer, en ook naar de deelnemende beveiligingsdienst. De vrijwilligers die thuis of in de buurt zijn, gaan, afhankelijk van de afstand, te voet, per fiets of per auto naar de patiënt, met een hulpmiddelentasje waarin onder andere een beademingsmasker zit. Z e dragen een geel hesje met ‘Reanimatieteam Uithoorn’. De coördinatoren trekken een oranje hes aan. Een van de coördinatoren, die vaak thuis is, neemt zelf een AED mee. De politie- en brandweervoertuigen komen met een eigen AED. Zo is altijd snel minimaal één apparaat ter plaatse.

Protocollaire werkwijze, samenwerking en evaluatie
Alle leden van het reanimatieteam werken volgens protocollen van de ambulancedienst. Zij oefenen zeker drie keer per jaar, samen met de brandweervrijwilligers en de ambulancemedewerkers. Jaarlijks w o r d t een competentietest afgenomen. Daardoor blijft de vaardigheid op peil en weten alle hulpverleners van elkaar wie wat doet. Alle (jaarlijks in U i t h o o r n omstreeks twintig) inzetten worden geëvalueerd onder supervisie van professor Koster. Kort na iedere inzet bellen vrijwilligers van het AED-nazorgteam met de hulpverleners die t e r plaatse waren. Zo’n k o r t e nabespreking w o r d t altijd op prijs gesteld, want een reanimatie kan ook voor de hulpverlener een ingrijpende ervaring zijn, zeker een eerste keer. En meteen is er dan terugkoppeling, ook naar de ambulancedienst, van vermeldenswaardige knelpunten of juist o o k van vaak positieve punten, iedereen leert daarvan.

Vele handen nodig om elkaar af te wisselen
Er w o r d t niet met roosters gewerkt. Dat hoeft ook niet, gezien het aantal vrijwilligers dat meedoet. O p ieder moment van een etmaal (meldingen komen ook ‘s nachts) zijn er altijd voldoende mensen die kunnen komen. Bij de ene melding k om je met zijn drieën aansnellen, maar bij een andere verschijnen misschien zeven, acht teamleden. Meestal net iets vóór of ongeveer gelijk met de aankomst van brandweer en politie. O o k kan een aanvankelijk bij de melding vermoede circulatiestilstand bij aankomst een ander ziektebeeld betreffen, zodat reanimatie niet nodig is. Dan ben je snel weer thuis. Een ruime bezetting is o v e r i gens geen probleem, want, ik zeg het uit ervaring: borstcompressies in het juiste tempo en met de juiste diepgang van vijf a zes centimeter goed uitvoeren, is zwaar werk. Liefst na twee minuten w o r d t dan o o k gewisseld. Daarom moet ook een vrijwilliger de tijd bewaken en zorgen voor coördinatie tussen beademen, borstcompressie uitoefenen, AED-bedienen, elkaar afwisselen.

Belangrijke bijdrage hogere overlevingspercentages
Na aankomst van de ambulance(s) hebben de ambulanceverpleegkundigen hun handen al vol bij het aansluiten van hun apparatuur, intuberen, uitzuigen, infuus aanleggen, geneesmiddelen toedienen en continu beoordelen van de hartsituatie. Daardoor kan het aanvullende ‘handwerk’ van de vrijwilligers soms nog wel een half uur nodig zijn, voordat de patiënt verantwoord kan worden vervoerd. Of, maar dat is een beslissing uitsluitend van de professionele hulpverleners en de familie, t o t d a t w o r d t besloten de reanimatie als verder zinloos te staken. O o k dat is realiteit. Evenals overlijden na aankomst in het ziekenhuis, nadat de patiënt wel met enige hartactie is vervoerd. Het leven blijft eindig. Maar de mensen die hun naaste zagen neervallen hoeven zich dan niet te verwijten dat, voor hun dierbare, kansen verloren zijn gegaan en tijdens het wachten op de ambulance te weinig is gedaan. En in wel t w i n t ig procent van de reanimatiepogingen waarmee al vóór aankomst van de ambulance is begonnen, zijn de patiënten tegenwoordig na drie maanden nog in leven’. Door de samenwerking en de gezamenlijk inzet van getrainde vrijwilligers en professionele hulpverleners w o r d t Nederland stap voor stap hartveiliger.

Bron
‘) Nederlandse Hartstichting, rapport ‘Hart- en vaatziekten in Nederland 2013\. 125-135, Hoofdstuk 7: Hartstilstand buiten het ziekenhuis in de provincie Utrecht-vergelijkende resultaten UTOPIA onderzoek tussen 2009 en 2012, door J.J. van der Heijden, W. Bruins, R. Boomars, RA. Doevendans en R.A. Lichtveld, Den Haag , november 2013.

Related posts