Dagboek van een instructeur

Iedere cursist is anders, iedere les verloopt anders. De praktijk van het lesgeven in eerste­hulpverlening is zeer afwisselend. Soms vragen cursisten om heel gespecialiseerde lessen. Soms kan ik dat zelf en een andere keer moet ik er een specialistische collega bijhalen. De eerstehulplessen binnen de BHV zijn wat dat betreft saaier: er is maar een beperkt aantal uren per jaar beschikbaar en ook het aantal onderwerpen is beperkt. Toch hebben ook die lessen soms een verrassende wending.

Herhaling bedrijfshulpverlening: een halve dag per jaar en de levensreddende handelingen moeten in die les herhaald en opgehaald worden. Een van de vaste on­derwerpen is ‘de vijf punten’. Deze punten zijn dermate belangrijk dat we ze bij iedere herhalingsles opnieuw bespreken.

In deze les stonden we stil bij 112 en wat dat instituut voor jou als hulpverlener kan betekenen, maar ook wat de beperkingen ervan zijn. Net zoals ik dat meestal doe, begon ik weer met de vraag: “Je hebt 112 gebeld. Wat is het eerste dat je moet zeggen of vragen?” In eerste instantie komen er antwoorden in de trant van ‘je naam’, ‘het adres waar de hulp nodig is’, ‘de aard van het noodgeval: ‘wat is er gebeurd?: Het kost even wat moeite, maar na enig nadenken herinnert een van de cursisten zich dat je als allereerste moet aangeven welke dienst je nodig hebt – ambulance, brandweer, politie – en in welke plaats. Ik leg vervolgens uit dat 112 in feite alleen een telefonist is die je doorschakelt naar een van de meldkamers. We bespreken het feit dat je altijd maar om één hulpdienst hoeft te vragen omdat de andere diensten direct ingeschakeld worden zodra blijkt dat ook zij nodig zijn. Zou je bijvoorbeeld om een ambulance vragen omdat er een verkeersongeval heeft plaatsgevonden, dan zal de politïe automatisch worden ingeschakeld.

Stap voor stap doorlopen we de procedure van de melding van een noodgeval. We oefenen in het kort en bondig aangeven wat de aard van het noodgeval is om vervolgens zo duidelijk mogelijk antwoord te geven op de vragen die de centralist zal gaan stellen. Vervolgens oefenen we een paar meldingen, net zolang totdat het bij iedereen goed gaat en iedere cursist eraan denkt om eerst aan te geven welke hulpdienst er nodig is.

Als ik ervan overtuigd ben dat iedereen de meldings­procedure goed doorheeft, gaan we verder met de les. De cursisten oef enen met levensreddende handelingen en aan het eind van de ochtend ben ik ervan overtuigd dat allen weer competent zijn om goed eerste hulp te verlenen. Als laatste stel ik de bekende vraag: “Zijn er nog vragen van jullie kant?” Een beetje aarzelend gaat er een hand omhoog: “Ja m?vrouw, u heeft aan het be­gin van de les verteld over 112. Maar ik weet eigenlijk niet welk nummer ik moet bellen als ik een melding bij 112 moet doen:’

Els Knaapen, Docent N.0.D.E. Opleiding

Related posts