Dagboek van een instructeur: Niet wrijven!

E e n v a n d e b o e i e n d e a s p e c t e n v a n h e t w e r k e n m e t v o l w a s s e n e n is d a t j e c u r s i s t e n e e n g r o t e r u g z ak vol l e v e n s e r v a r i n g m e t z i c h m e e b r e n g e n . D a t m a a k t t o c h v o o r e e n g r o o t d e e l d a t i e d e r e l e s w e e r h e e l a n d e r s is d a n d e v o r i g e e n d a t l e s s e n s o m s o o k h e e l a n d e r s v e r l o p e n d a n j e g e p l a n d had.

Het cursusseizoen was nog maar enkele weken oud en op het rooster stond ‘koudeletsels’. Nu is dat weliswaar geen heel moeilijk onderdeel van de eerste hulp, maar wel een moeilijk onderwerp voor een herhalingsles. Immers, er is niet zo heel veel over te vertellen en voor de meesten is het t o c h een wat theoretische verhaal. Als instructeur kun je een lotus laten binnenkomen gekleed in een warme jas, shawl en dikke muts, maar heel realistisch komt dat meestal niet over. Toch moet o o k dit onderwerp met een zekere regelmaat worden herhaald om te zorgen dat iedere eerstehulpverlener o o k bij onderkoeling en bevriezing weet wat hij moet doen, maar o o k wat hij moet laten. We waren nog maar net bij het onderdeel ‘bevriezing’ aangekomen toen een van de wat oudere cursisten haar hand opstak en zei: ” I k kan wel iets uit eigen ervaring over dit onderwerp vertellen.” Omdat ik vind dat ervaringsverhalen vaak heel verhelderend werken, liet ik haar graag haar verhaal met ons delen. Ze begon met te vertellen dat ze dit had meegemaakt toen ze nog maar pas EHBO’er was. Ze had net haar diploma en ging v o o r de eerste keer posten bij een schaatswedstrijd tussen Elburg en Harderwijk. Het hoofdstuk over bevriezing had ze nog eens goed doorgenomen: ‘eigen lichaamswarmte en zachte druk’. Toen kwam er een meneer moeizaam naar binnen strompelen wiens gezicht v e r t r o k k e n was van de pijn.

In die tijd waren er nog niet van die mooie, isolerende pakken en schaatsenrijders beschermden zich tegen de kou met kranten. Kennelijk had de meneer die binnenkwam vergeten een essentieel onderdeel goed in te pakken en waren zijn edele delen bevangen door de kou. Onze hulpverleenster had maar een manier geleerd om een bevriezing aan te pakken: ‘eigen lichaamswarmte met lichte druk!’ Enigszins gegeneerd vertelde ze haar patiënt over de enige behandelmethode die ze kende en de man had zo veel pijn dat hij geen enkel bezwaar maakte en zijn broek liet zakken. Even later zat hij op een krukje tegenover de hulpverleenster die de onlangs geleerde vaardigheid van het behandelen van bevriezing toepaste. Echt gênant w e r d het toen een collega EHBO’er zijn hoofd om de deur stak, het tafereel even bekeek en zich snel weer t e r u g t r o k onder het uitroepen van het advies: “Denk erom, niet wrijven! Alleen maar lichte d r u k ! ”

Nu, tientallen jaren later kan onze hulpverleenster smakelijk lachen om haar eerste hulpverleningservaring. “Maar,” zo sluit ze haar verhaal af, “de volgende dag kwam die meneer me v o o r mijn hulpverlening bedanken met een grote bos bloemen.” Tegenwoordig schrijft het boek het gebruik van warm water voor om licht bevroren ledematen te ontdooien. Ideeën over de meest adequate eerstehulp veranderen, maar voor de groep die die avond hun kennis over bevriezing ophaalde, is het nog steeds een gevleugelde spreuk: Eigen lichaamswarmte, lichte druk en denk erom: niet wrijven!

Els Knaapen
Instructeur Eerste Hulp I lid N.O.D.E.

Related posts