Dagboek van een instructeur: S p e l l e t j e s

We hebben allemaal wel eens gehoord van het zogenaamde ‘writer’s block’. Het is e e n periode waarin e e n schrijver plotseling niet m e e r weet waarover hij m o e t schrijven. Hij zit n a a r een leeg computerscherm te staren, maar niets wil hem t e binnen vallen. Iets dergelijks overvalt e en instructeur ook m e t enige regelmaat.

Stel je voor: je hebt ruim tevoren een rooster opgesteld voor de herhalingslessen en daarin rekening gehouden met een goede mix van theorie opfrissen, praktijkervaring opdoen, verdieping en herhaling van basiskennis en -vaardigheden. Toen je het opstelde, leek het een heel logisch programma. Maar nu zit je achter je computer en vraag je je af hoe je deze keer weer een levendige en interessante les kunt samenstellen waarin de verschillende didactische elementen hun plek krijgen. Volgens het rooster komen in deze les de kleine ongevallen aan de orde. Altijd een lastig onderdeel. Immers, hoe oefen je het weghalen van een vuiltje uit het oog? Kun je het spoelen van een verbrand oog wel oefenen?

Wat te doen met een tekenbeet?
Zullen we dit keer weer een carrousel draaien? Het voordeel is dat dan een grote groep mensen tegelijkertijd actief bezig kan zijn, maar ja dat hebben we niet zo heel lang geleden ook al eens gedaan. Misschien deze keer toch eens wat dieper ingaan op de gevaren van besmetting waar een hulpverlener tegenaan kan lopen? Wellicht met een Power Point-presentatie? De tijd verstrijkt en enigszins moedeloos zit ik achter mijn pc. Ergens op de achtergrond hoor ik de kleinkinderen luidkeels discussiëren over het spelletje dat ze aan het spelen zijn: Boter, Kaas en Eieren. Hé is dat misschien iets waar ik iets mee kan? Maar misschien zijn negen vakjes een beetje weinig voor een oefening en zou 16 beter zijn. Langzaam vormt zich het idee van een papier met daarop een groot vierkant verdeeld in 16 vierkantjes, leder vierkantje heeft een vraag of een opdracht. Twee spelers en een scheidsrechter. Een speler kiest een vakje, geeft antwoord of voert de opdracht uit als de ander dat, in samenspraak met de scheidsrechter goedkeurt, mag hij dat vakje markeren met een kruis. Daarna is de ander aan de beurt die zijn vakjes markeert met een cirkel. Wie heeft er als eerste vier op een rij?1 Als ik later het spel introduceer, ben ik toch wel wat gespannen. Zit er wel voldoende uitdaging in? Hoe zullen de cursisten het vinden om zo zelfstandig aan het oefenen te slaan? Maar voor de zoveelste keer heb ik me weer zorgen gemaakt om niets. De groep slaat enthousiast aan het spelen en voor we het weten is iedereen druk bezig met het herhalen van de theorie en de vaardigheden van de eerste hulp. Voor veel van mijn collega’s op school waren spelletjes ‘iets voor de vrijdagmiddag, als de leerlingen moe zijn’.

Gelukkig maar dat ik destijds niet naar die collega’s geluisterd heb. Voor mij en mijn cursisten staan (didactische) spelletjes regelmatig op het programma en we genieten er allemaal van.

Els Knaapen
Instructeur Eerste Hulp I lid N.O.D.E.

1 Dit spel is sinds enkele jaren bij NODE te koop onder de naam Vierling.

Lijkt instructeur EHBO jou ook een boeiend vak? Heeft jouw EHBO-vereniging behoefte aan meer instructeurs? Of zou je graag iets naast je reguliere werk willen doen? Misschien is de opleiding Instructeur Eerste Hulp dan iets voor jou!
Kijk voor meer informatie op: www.ehbodocent.eu/scholing

Related posts