Grensoverschrijdende hulpverlening bij calamiteiten

Adri van Vliet (RHB)

Een Nederlandse brandweerploeg was in 2008 op de terugweg naar de kazerne nadat men een brand had geblust. O m redenen ging men op de terugweg over de Duitse autobaan. Daar was juist een ongeluk gebeurd. De bevelvoerder van de brandweer nam direct initiatief, alarmeerde Duitse hulpdiensten en begon met de hulpverlening. In 2008 bestonden er voor de brandweer nog geen p r o t o collen voor de hulpverlening over de grens. Het ongeval belette de brandweer gelukkig niet om op een pragmatische wijze hulp te verlenen zonder zich af te vragen of dat officieel wel was toegestaan. Nog wat verder in het verleden mocht de politie in ons land bij een achtervolging niet verder dan de grens. Daarna hield het op en hadden de vermoedelijke wetsovertreders weinig meer te duchten. Het verzoek om opsporing en aanhouding bij de justitie in een ander land was een moeilijk en tijdrovend proces. Als er geen wederzijdse bijstandsovereenkomsten op gemeentelijk niveau waren gesloten, gold de nationale regelgeving. De bijstand verliep dan via de omslachtige weg van het ministerie van Buitenlandse Zaken en het NCC (Nationaal Crisis Centrum).

Nu, anno 2015, is er ten aanzien van grensoverschrijdende hulpverlening en opsporing gelukkig heel veel veranderd. De Nederlandse landsgrens is ongeveer 1000 kilometer lang. Goede grensoverschrijdende samenwerking op het gebied van politie-, brandweerzorg en rampenbestrijding is daarom heel belangrijk. Van de 25 veiligheidsregio’s in ons land liggen er 12 aan de grens. D i t jaar gaat er een Benelux werkgroep grensoverschrijdende samenwerking bij rampenbestrijding en zware ongevallen van start. D i t moet leiden t o t goede afspraken op onder andere het gebied van communicatie en rampenpreventie. In de grensregio’s met Duitsland zijn op dit t e r r e i n al diverse afspraken gemaakt.

In Limburg heeft de regio zelfs te maken met twee grenzen: België en Duitsland. Op grond van de W e t Veiligheidsregio’s moet iedere regio zijn calamiteitenplannen afstemmen met de buren, ook met de buren over de grens.

Vooral na de vuurwerkbrand in Enschede in 2000, waarbij ook de Duitse brandweer assistentie heeft verleend, ontstond er behoefte om eens goed na te denken over de wederzijdse bijstandverlening in de grensstreek. De Veiligheidsregio Noord- en Oost Gelderland heeft daarop contact gezocht met de Feuerwehr van de omliggende deelstaten. Uiteindelijk heeft dit geleid t o t een structureel samenwerkingsverband in de eerstelijns brandweerzorg in delen van de grensregio’s. Burgers, maar ook bedrijven, zijn hierdoor verzekerd van een snellere hulp bij calamiteiten. In enkele gevallen was het voor de brandweer niet mogelijk om aan de verplichte aanrijtijd te voldoen. Duitse buurkorpsen kunnen wel op tijd aanwezig zijn. Andersom geldt dit voor enkele plaatsen ook. Kortom, een win-winsituatie.

Overigens wordt er bij een melding altijd tweezijdig gealarmeerd, vanwege de wettelijke aansprakelijkheid bij de hulpverlening, maar ook omdat het voor buitenlandse korpsen lastiger is om sloop-, nuts- en salvagebedrijven snel ter plaatse te krijgen. O o k als er opgeschaald moet worden, gelden er voor beide landen geheel andere procedures. De spreiding van brandweerkazernes is in ons land relatief groot. Vanwege bezuinigingen zijn kazernes gesloten. In België is de situatie vergelijkbaar. Duitsland heeft nog steeds een dicht netwerk van brandweerkazernes en wijkposten met veel personeel. Daarom is de Duitse brandweer snel inzetbaar, echter, een goede coördinatie is daar een probleem.

Opleidingen
De opleidingen van de nationale korpsen zijn verschillend. Over het algemeen zijn onze brandweermensen in vergelijking met hun buitenlandse collega’s goed opgeleid. De Belgische brandweer scoort op dit onderdeel wat minder. De Duitse brandweer is uitstekend uitgerust, ook op het gebied van technische hulpverlening.

Inzetprocedures
Onze inzetprocedures en die van België lijken veel op elkaar. Overigens zijn onze bevelvoerders in de Belgische grensstreek weer opgeleid hoe om te gaan bij calamiteiten met het bovengrondse stroomnet. Omdat in Duitsland de brandweer nog steeds gemeentelijk is georganiseerd, vinden vernieuwingen in opleidingen en inzetprocedures moeizaam plaats. Vanwege het grote personeelsbestand scoren de Duitse brandweerkorpsen op het gebied van redding heel goed.

Oefeningen
Uit de gezamenlijke oefeningen blijkt dat er op het repressieve vlak en mondelinge communicatie goed kan worden samengewerkt. Voor de technische communicatiemiddelen geldt dit in mindere mate. leder land en korps heeft zijn eigen apparatuur waarmee het moeilijk internationaal communiceren is. D i t geldt o o k voor de onderlinge communicatie tussen de alarmcentrales. Uit alle evaluaties blijkt dat de technische communicatie beter moet.

Ambulancevervoer in de grensstreek
In 2009 is er een beschikking van het Comité van Ministers van de Benelux t o t stand gekomen die betrekking heeft op het grensoverschrijdend spoedeisend ambulancevervoer (M(2009)8). Deze voorziet dat ambulances bij een noodgeval op eikaars grondgebied kunnen gaan helpen zodat op een snelle, doeltreffende en efficiënte wijze spoedeisende geneeskundige hulpverlening kan worden geboden. O o k in de grensregio’s met Duitsland zijn hierover goede afspraken gemaakt.

Bedrijfshulpverlening
Grensoverschrijdende hulpverlening heeft ook gevolgen voor de bedrijfshulpverleningsorganisaties in bedrijven die in de grensstreek gevestigd zijn. Het kan gebeuren dat bij een alarmmelding als eerste een Belgisch of Duits brandweerkorps t e r plaatse is. Omdat dat korps minder met de situatie op de hoogte is, is het belangrijk dat bedrijven contact opnemen met hun veiligheidsregio om goede afspraken te maken. Hebben zij een brandweersleutel om uw bedrijfspand te betreden op het moment dat niemand aanwezig is? Moet u bij een calamiteit rechtstreeks alarmeren naar het buitenlandse korps? Kunt u met uw portofoons communiceren met die van het buitenlandse korps? Is aan beide kanten een goede mondelinge communicatie gewaarborgd? Moeten aanvalsplannen en dergelijke tweetalig zijn? De veiligheid en gezondheid van de inwoners in de grensregio’s is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de daar aanwezige publieke diensten, zoals politie, brandweer en ambulancediensten. Door het regelmatig oefenen leert men wat de knelpunten zijn en kan er naar een oplossing worden gezocht. Het feit dat de omliggende landen ook lid zijn van de Europese Unie heeft eraan bijgedragen dat de hulpverlening steeds beter op elkaar w o r d t afgestemd. Voor burgers en bedrijven is dit een positieve ontwikkeling.

Related posts