Houvast met de ABCDE-methodiek – deel 2

In het vorige nummer van Hulpverlener Ma­gazine bespraken we het eerste deel van de ABCDE-methodiek. Wanneer in Airway de luchtweg is vrijgemaakt gaan we verder met het controleren van de ademhaling en het behandelen van stoornissen die de ademhaling bedreigen.

Wanneer de luchtweg vrij is of vrijgehouden wordt met de kinlift, wordt aandacht besteed aan de ademhaling en aandoeningen die stoornissen kunnen geven in de ademhaling. Uiteraard zijn er veel aandoeningen die de ademhaling kunnen verstoren, in de Primary Survey wordt echter vooral gezocht naar aandoeningen die op dat moment levensbedreigend zijn. Bij een afwezige ademhaling wordt direct overgegaan tot reanimatie.

Teken van stoornissen in de ademhaling zijn onder andere: trage of juist snelle ademhaling, oppervlakkige of juist diepe ademhaling, blauwe verkleuring van de slijmvliezen en lippen (cyanose), gierende of piepen­de bijgeluiden bij de ademhaling, sufheid en onrust. Daarnaast kijkt men naar borstverwondingen, het ach­terblijven van een helft van de borstkas en gebruik van hulpademhalingsspieren.

Aandoeningen in de ademhaling die een eerstehulp­verlener kan herkennen zijn onder andere: gebroken ribben, zuigende borstwond, klaplong, spannings­klaplong, astma en hyperventilatie. Belangrijk is dat een afwijkende ademhaling direct wordt herkend en dat professionele hulp wordt ingeschakeld. Niet alle ziektebeelden zijn door de eerstehulpverlener te be­handelen. Een zuigende borstwond kan bijvoorbeeld worden afgeplakt om een ventiel na te bootsen en bij een ademstilstand kan worden gestart met reanimatie en beademing. Een ernstig benauwd slachtoffer wordt bij voorkeur in een halfzittende houding geplaatst, ten­zij er mogelijk sprake is van wervelletsel.

Indien daartoe opgeleid kan eventueel gebruik worden gemaakt van een saturatiemeter en het toedienen van extra zuurstof. Er is binnen de Eerste Hulp geen plaats voor ballonbeademing en gebruik van mayotubes en intubatie.

Circulation

De bloedsomloop is noodzakelijk om zuurstof te transporteren naar de vitale organen en deze moet dan ook goed functioneren om het slachtoffer in le­ven te houden. Ernstig uitwendig bloedverlies wordt direct gestelpt door het geven van druk op de wond en het eventueel (laten) aanleggen van een wonddruk­verband. Daarnaast wordt gezocht naar tekenen van stoornissen in de bloedsomloop. Het ongevalmechanisme kan aanwijzingen geven voor inwendig bloedverlies, bijvoorbeeld na het stuur in de buik. Belangrijke tekenen van een bedreigde bloeds­omloop zijn: ernstig bloedverlies, tekenen van shock zoals bleekheid, klamme huid, onrust, verminderd bewustzijn en een zwakke en snelle polsslag. Getrainde eerstehulpverleners kunnen eventueel de pols tellen. Daarnaast kunnen klachten zoals pijn op de borst, kortademigheid en hartkloppingen aanwijzingen geven voor een hartinfarct en hartritmestoornissen.

Actief bloedverlies wordt gestelpt door druk direct op de wond en het aanleggen van het wonddrukverband. Een slachtoffer met ernstig bloedverlies wordt plat neergelegd, eventueel met de benen iets omhoog. Ook hier is het zaak om stoornissen in de circulatie snel te herkennen en te alarmeren.

Het meten van bloeddruk heeft binnen de Eerste Hulp geen meerwaarde, het kan de eerstehulpverlener op het verkeerde been zetten.

Disability

Behalve stoornissen in de A, Ben C kunnen ook di­verse andere ziektebeelden leiden tot een gestoord bewustzijn, zoals hersenletsel, beroerte, suikerziekte, gebruik van alcohol of drugs, medicijnen, vergiftigingen, enzovoorts. Het nagaan van wat er is gebeurd en het ongevalmechanisme kan soms waardevolle infor­matie opleveren. De eerstehulpverlener heeft beperkte mogelijkheden om stoornissen in het bewustzijn te onderzoeken en te behandelen. Toch kan men een aantal eenvoudige testjes uitvoeren om problemen op het spoor te komen.

Een slachtoffer dat niet reageert op aanspreken of schudden is bewusteloos. Reageert het slachtoffer wel op aanspreken of schudden, dan kan men de FAST-test uitvoeren, om beroerte en hersenletsel op het spoor te komen. Daarnaast kan men vragen of het slachtoffer klachten heeft als hoofdpijn, duizeligheid, misselijk- heid, braken en of hij weet waar hij is en welke dag het is.

Bij ongevalslachtoffers wordt in Disability ook gekeken of er aanwijzingen zijn voor wervelletsel, door te kij­ken of het slachtoffer overal een normaal gevoel heeft en zijn armen en benen kan bewegen. Bij een sterke verdenking op wervelletsel wordt het slachtoffer niet onnodig bewogen, houdt men hoofd en nek vast en wordt professionele hulp ingeschakeld.

Exposure

Een groot deel van de ( ongeval)slachtoffers op straat komt onderkoeld in het ziekenhuis aan, ook in de zo­mer. Een van de belangrijkste punten van Exposure and environment (blootstelling en omgeving) is het voorkomen van verdere afkoeling van het slachtoffer, door het geven van een (reddings)deken.

Secondary Survey

Als de ABCDE in zijn geheel verlopen is en stoornis­sen in de vitale functies voor zover mogelijk behandeld zijn, is de Primary Survey afgerond en kan men be­ginnen met de Secondary Survey, waarbij het slacht­offer aan een nadere inspectie wordt onderworpen

en kleinere verwondingen en letsels kunnen worden behandeld. Het ontkleden van het slachtoffer zoals dat in Exposure en secondary survey wordt gedaan door de professionele hulpverlening, heeft geen plaats in de Eerste Hulp.

Van groot belang is om na het doorlopen van de ABCDE de vitale functies te blijven controleren terwijl je in afwachting bent van verdere hulp. Dat betekent dat je de ABCDE opnieuw doorloopt en eventuele nieuwe afwijkingen behandelt.

Besluit

Al met al is de ABCDE-methodiek een gestructureerde methode om vlot de vitale functies van een slachtoffer te onderzoeken en stoornissen in de vitale functies in de juiste volgorde te behandelen. Het biedt houvast in een stressvolle situatie en zorgt ervoor dat minder snel belangrijke zaken gemist worden. De ABCDE-me­thodiek kan prima door eerstehulpverleners worden toegepast en aangepast worden aan het niveau waarop men hulp verleent. De ABCDE-methodiek kan een waardevolle aanvulling zijn als verdieping na de basis­cursus Eerste Hulp voor eerstehulpverleners die bij­voorbeeld op evenementen hulp verlenen.

Een uitgebreide instructie in het gebruik van de ABC­DE-methodiek is te vinden op: www.eerstehulpwiki.nl.

Pim de Ruijter

Arts, instructeur Eerste Hulp

 

 

Bronvermelding:

Advanced Trauma Life Support, 8th Edition

Advanced Life Support, ERC 2010

Tintinalli’s Emergency Medicine, 7th Edition

http:/ !www.eerstehulpwiki.nl

Related posts