Jeugdherinneringen  

In het verre verleden bestonden er nog geen bloedbanken en bloed kon slechts een zeer beperkte tijd bewaard worden. Toch was er ook in die tijd natuurlijk regelmatig bloed van een donor nodig. Om op tijd bloed te kunnen toedienen en bovendien ervoor te zorgen dat het bloed afkomstig was van een gezonde donor, was er een strakke organisatie nodig.

De donoren werden twee (voor vrouwen) of drie (mannen) per jaar door het organiserende ziekenhuis opgeroepen voor een keuring. Die keuring was, vergeleken bij wat tegenwoordig gebruikelijk is, zeer uitgebreid. Niet alleen het bloed werd onderzocht, maar alle donoren werden ook onderzocht door de internist van het ziekenhuis. Waren ze eenmaal goedgekeurd dan kwamen ze in een kaartenbak terecht met donoren die opgeroepen konden worden. Omdat het bloed niet bewaard kon worden, was planning van een donatie vrijwel nooit mogelijk. Slechts in geval van een grote operatie waarbij de arts op veel bloedverlies voor de patiënt rekende, werd er al op voorhand bloed van een donor afgenomen. In de meeste gevallen echter, was het toedienen van bloed een oefening in improvisatie.

Stel, er komt een traumapatiënt binnen. Of een operatie verloopt anders dan de chirurg verwacht had en de patiënt verliest veel bloed. Tegenwoordig kan men een beroep doen op de bloedbank en wordt er bovendien vaak gebruik gemaakt van bloedplasma. In de tijd die nog niet heel ver in het verleden ligt, lagen die zaken heel anders. Op het moment dat er onverwacht een bloedtransfusie gegeven moest worden, werd er een donor met de juiste bloedgroep opgeroepen.

Dat gebeurde overdag, maar ook midden in de nacht. Donoren werden echt overal vandaan gehaald en soms, als men niet veel donoren van een bepaalde bloedgroep had, werd de politie ingeschakeld om de donor met zwaailicht en sirenes naar het ziekenhuis te brengen. Intussen was ook de analist van dienst opgeroepen, zodat er een zogenaamde kruisproef gedaan kon worden, een proef waarmee wordt aangetoond dat het bloed van donor en ontvanger goed samengaan. Een donor, die op zon manier uit zijn werk, slaap of andere activiteit was geplukt werd vervolgens in de watten gelegd. Een glaasje cognac was dan heel gebruikelijk. En zo gebeurde het ook die keer. Het was aan het begin van een koude, winterse avond. De donor was door de politie uit zijn werk gehaald en kwam zo, in zijn werkkleding, het ziekenhuis in. Tijd om te eten had hij niet gehad, maar de situatie voor de patiënt maakte dat haast geboden was. De man nam plaats op de brancard en de bloedafname verliep goed. Zoals gebruikelijk kreeg de donor een cognacje aangeboden die hij niet alleen aannam, maar ook enthousiast naar binnen werkte.

De gevolgen bleven niet uit: de man ging, tot grote schrik van het verplegend personeel, direct onderuit. Vermoeidheid, honger, plotselinge overgang van kou naar warmte plus een alcoholische versnapering hadden hun werk snel gedaan. Gelukkig ondervond onze donor geen kwade gevolgen ervan en is hij nog vele jaren een van onze trouwste donoren gebleven!  

Peter Scholte  

I n s t r u c t e u r E H / m e d i s c h a n a l i st­

Related posts