Ontruimen in een zorginstelling

NVB

Een ontruiming in uw bedrijf, iedereen kan er een keer mee te maken krijgen. Bent u werkzaam in een kantoorpand, dan is het ontruimen over het algemeen niet heel moeilijk, vooropgesteld dat alle werkzame mensen zelfredzaam zijn. In zorginstellingen wordt dit toch al snel een heel ander verhaal. In dit artikel kunt u enkele tips en trucs vinden waarmee u rekening dient te houden bij een ontruiming.

Vluchtroute
De vluchtroute is de veiligste en kortste route, die via gangen, galerijen, trappen en andere ruimten leidt naar een veilige plaats. In een gebouw is het van belang te weten of je je in de kelder, op de begane grond of op een van de hogere verdiepingen bevindt. Op elke verdieping dient dit aangegeven te zijn. In gebouwen worden vluchtroutes aangegeven met behulp van pictogrammen. Dit zijn de (verlichte) groene bordjes met daarop in het wit de routeaanduiding. Ook moeten de vluchtroutes vrij van obstakels zijn en moeten (nood)deuren zonder gebruik van sleutels te openen zijn. Dit is eenvoudig gezegd, maar wat als men op een gesloten afdeling werkt? Op gesloten afdelingen of Bijzondere opnemingen Psychiatrische Ziekenhuizen (BOPZ) kun je te maken krijgen met onder andere bedtenten en Bratex banden. Hiervoor gelden speciale regels en procedures die de BHV moet kennen en oefenen. Voor een veilige en snelle ontruiming is het noodzakelijk dat je op vluchtroutes zo min mogelijk obstakels tegenkomt. In de praktijk komt het helaas vaak voor dat op deze routes bedden of rolstoelen worden geparkeerd. Weliswaar met de bedoeling deze snel weer op te ruimen, maar toch!!

Compartimentering
Volgens de voorschriften van het Bouwbesluit moeten gebouwen gecompartimenteerd worden. Dat betekent dat een gebouw wordt ingedeeld in een of meerdere brandcompartimenten, waar speciale voorzieningen worden getroffen om rook en vuur 30 t o t 60 minuten te kunnen weerstaan, zodat mensen veilig kunnen vluchten. In zorginstellingen wordt vooral aandacht besteed aan horizontale ontruiming. Het is immers niet eenvoudig om snel grote aantallen bedden inclusief patiënten over te brengen naar onderliggende verdiepingen. Via de trapportalen kunnen alleen zelfredzame patiënten vluchten. Voor bedden ben je aangewezen op verticale transportmiddelen zoals liften en daar is de capaciteit al snel van uitgeput. Gebruikelijk is dan, dat ontruiming plaatsvindt naar andere brandcompartimenten die zich op dezelfde verdieping bevinden. De patiënten bevinden zich dan in een op zich veilig gebied en je hebt dan even te tijd om te beoordelen of ze daar kunnen blijven. Als de omvang van de calamiteit groot is, kan er alsnog t o t een verticale ontruiming worden overgegaan. Je hebt dan wel de nodige tijdwinst bereikt.

Verzamelplaats
Het is verstandig om bij het kiezen van verzamelplaatsen rekening te houden met verschillende windrichtingen en een aantal alternatieven aan te wijzen. Een verzamelplaats moet niet te dicht bij het object liggen en bij voorkeur zodanig zijn ingericht dat deze ook onder ongunstige weersomstandigheden aan werknemers en overige aanwezigen een goede bescherming biedt. Denk hierbij ook aan de bedlegerige patiënt en bedden buiten. Daarnaast is het ook aan te bevelen dat er een mogelijkheid is om de inwendige mens te verzorgen. Hiervoor kan bijvoorbeeld met een naastgelegen bedrijf een afspraak worden gemaakt om daar te verzamelen in de hal of kantine. Om te zien of iedereen het gebouw verlaten heeft, registreer je de namen op de verzamelplaats van iedereen die het gebouw of bouwdeel heeft verlaten.

De hulpverlener
Hulpverleners zijn geen helden maar mensen die hun werk doen. Nog niet zo lang geleden werd de hulpverlener (politie, brandweer, ambulance. Rode Kruis of bedrijfshulpverleners) gezien als een persoon die het beroep van de hulpverlening koos op voornamelijk ideologische gronden. De buitenwereld verwachtte dan ook, dat de hulpverlener wel opgewassen zou zijn tegen al die stress. Tegenwoordig is er echter meer over het menselijk gedrag bekend. De hulpverlener moet beschikken over een goede gezondheid en goede lichamelijke conditie, teamgeest, een zekere geestkracht, intelligentie en flexibiliteit. De hulpverlener moet ook over een zekere stressbestendigheid beschikken. Het IFV heeft in haar publicaties over ontruimen aangegeven dat een geoefende ontruimploeg wel tot tien maal sneller kan ontruimen als een ongeoefende ploeg. Een ongeoefende hulpverlener vertoont vaak onwerkbaar gedrag. Voorbeelden daarvan zijn:

  • De hulpverlener slaat dicht:
    • blijft passief of vertoont radeloos gedrag onder het mom van ‘Ik weet het niet meer’.
  • De hulpverlener vertoont vluchtgedrag door:
    • te zorgen om net iets langzamer te lopen dan de rest;
    • zijn spullen te vergeten en moet terug om ze op te halen;
    • te zeggen iets belangrijkers te moeten doen.
  • De hulpverlener vertoont haastgedrag door:
    • niet te luisteren naar dingen die tegen hem worden gezegd;
    • bepaalde zaken op te merken, maar kan deze niet goed beoordelen;
    • de opdrachten blindelings op te volgen zonder op de gevaren te letten.

 

Ten slotte
Vergeet de patiëntendossiers niet wanneer je het over ontruimen hebt. Zorg voor een backup buiten het gebouw, zodat de gegevens veilig zijn en de zorg aan de patiënt gewoon door kan gaan. Het is daarnaast ook belangrijk dat er verpleegkundigen op de verzamelplaats aanwezig blijven om de zorg aan de patiënten te geven. Het kan voorkomen dat er mensen te kort zijn om te helpen ontruimen. Maak dan gebruik van de hulp van omstanders of werklieden die eventueel aanwezig zijn. Zij kunnen ook helpen om patiënten naar de verzamelplaats te brengen. Belangrijk is dat de BHV’ers op de hoogte moeten zijn van de alarmerings- en ontruimingsprocedures van de afdeling/locatie en hiernaar handelen. Oefenen blijft essentieel.

Related posts