Themakatern: winterletsels

Bevriezingen zijn vaak onderschatte letsels
De gevaren van vriesletsels worden vaak ernstig onderschat. Dit maakt een bevriezing van de huid en/of ledematen zo ontzettend gevaarlijk. Door de bevriezing stopt namelijk de bloedtoevoer naar belangrijke weefsels. Cellen kunnen zo beschadigd raken,^pardoor brandwonden en afsterving zelfs mogelijk is.

Naast slechte bloedvaten katl%porten in koude temperaturen bijdragen aan vriesletsels. Een harde wind snijdt al snel de handen open tijdens het sporten. Dit maakt het dragen van handschoenen zo ontzettend belangrijk. i,toaardoor m^borten temperaturen bijdragen winterletsels gevoel erin terugkomt. D i t proces kan veel pijn doen en gepaard gaan met zwellingen en kleurveranderingen van het aangedane gebied. Eventueel kunnen pijnstillers worden voorgeschreven. Vervolgens krijgt de patiënt iets warms te drinken.

Het is verstandig geen droge hitte te gebruiken, van bijvoorbeeld vuur of een verwarming, omdat hierdoor het gevoelloze gebied gemakkelijk kan verbranden. Na het ontdooien wordt het aangedane gebied voorzichtig afgedroogd en als de vingers of tenen zijn aangedaan, worden ze met een lapje stof of verband van elkaar gescheiden. Pas op dat de eventuele blaren niet opengaan.

Preventie
Oppervlakkige bevriezing kan makkelijk worden voorkomen door enkele eenvoudige maatregelen te nemen. Draag warme, beschermende kleding en bedek kwetsbare gebieden zpals het gezicht, de handen en benen met een wollen sjaal eg handschoenen. Draag geen strak “zittende kleding ‘of schoenen omdat deze de bloedsomloop kunnen belemmeren. Als de tenen, vingers, oren of andere lichaamsdelen gevoelloos worden, is het aan te raden de warmte op te zoeken.

Bij een ernstige bevriezing (bevriezing met weefselversterf) heb je te maken met een koudèletsel dat optreedt ‘na ‘ langdurige blootstelling aan vloeistof, lucht o f metaal van extreem lage temperatuur. Bij blootstelling aan he v i g e kou, bevriezen de vloeistoffen in het lichaam, vermindert de bloedstroom in het aangedane deel en gaat het gevoel daarin

verloren. Vervolgens sterven de wèèfsels.af. Een ernstig gevolg daarvan is weefselversterf, dat bij de huid begint-en diep in de onderhuidse weefsels doordringt? Bevriezing met weefselversterf is ernstiger dan een oppervlakkige bevriezing en een medische noodsituatie. Weefselversterf Wordt ook wel gangreen of weefselnecrose genoemd.

Behandeling en prognose
De patiënt w o r d t in warme (thermo-)dekens gewikkeld en onmiddellijk naar een ziekenhuis gebracht. Levensbedreigende toestanden, zoals een belemmering van de luchtwegen, shock of hartklachten worden eerste behandelprioriteit. Als de toestand stabiel is, worden de verwondingen beoordeeld en behandeld. De behandeling zoals deze beschreven bij-een oppervlakkige bevriezing, zal ook bij ernstige bevriezing van kracht zijn. Pas op dat de eventuele blaren niet opengaan. Soms worden er ook middelen gegeven die de vorming van stolsels tegengaan en de bloedstroom naar de uitëino^nvan’het lichaam bevorderen. Dood weefsel kan met een operatie worden verwijderd.

Als bevriezing met weefselversterf snel w o r d t vastgesteld en behandeld, is de prognose beter dan wanneer dit in een later stadium gebeurt. Wanneer de botten in ernstige mate zijn aangedaan kan amputatie onvermijdelijk zijn.

C o m p l i c a t i es
Als bevriezing met weefselversterf niet onmiddellijk w o r d t vastgesteld, kunnen zich veel mogelijke complicaties voordoen, zoals weefselversterf en zelfs overlijden. De meest voorkomende gevolgen van bevriezing met weefselversterf zijn overgevoeligheid voor kou en overmatig zweten. Bij kinderen kan bevriezing nadelige gevolgen hebben voor de groei en ontwikkeling van de botten. Deze kunnen in een te vroeg stadium samengroeien, met als gevolg k o r t e vingers of tenen, en afwijkende gewrichten. Weken of zelfs jaren na de bevriezing kan een vorm van gewrichtsontsteking o p treden.

Een andere zelden voorkomende complicatie is het optreden van een plaveiselcelcarcinoom (is een vorm van huidkanker) ongeveer twintig t o t dertig jaar na de bevriezing. Andere mogelijke gevolgen zijn eventuele psychische klachten na een amputatie of misvorming. Koudeletsels kunnen t o t op zekere hoogte worden vergeleken met brandwonden, al moet er een aantal essentiële verschillen worden onderscheiden. Bij een koudèletsel heeft men in het algemeen te maken met een onderkoelde patiënt. De ontregeling in het lichaam hierbij verschilt wezenlijk van die van een patiënt met brandwonden. Z o zal je vooral bij een sterk onderkoelde patiënt (minder dan 32°C) beducht moeten zijn voor baseverschuivingen, metabole acidose (=onevenwicht in de pH balans van het lichaam) en cardiale problemen tijdens %. de opwarmperiode. Matig onderkoelde patiënten (meer dan 32°C) kunnen in het algemeen zonder veel problemen snel worden opgewarmd. Bij een patiënt metjft;andwonden’ zijn daarentegen vocht- en eiwitverlies en shock de belangrijkste verschijnselen.

Pijnbestrijding verdient in beide gevallen aandacht; in geval van oppervlakkige brandwonden direct bij binnenkomst, bij bevriezing van ledematen pas wanneer men gaat ontdooien. Het lokafc letsel bij bevriezing moet anders worden geïnterpreteerd dan bij een verbranding. De diepte van de bevriezing is in het algemeen bij binnenkomst niet goed vast -te stellen. Blaren ontstaan pas na enkele uren t o t dagen. Grensafbakening van eventuele necrose laat soms weken t o t maShden op zich wachten. De uitgebreidheid van de zichtbare afwijkingen in het acute stadium is een slechte maat voor het voorspellen van het eventuele toekomstige amputatieniveau.

Yvonne Smits – Tuerlings, eerste hulp instructeur, HBO verpleegkundige

 

Bronnen:
1) Http://nl.wikipedlrarg/bevieang (medisch)
2) Ned. Tijdschrift geneeskunde. Koude letsels van vingers en tenen. A.M. Bossers (ass. geneeskundige). W.T. Eggink (chirurg), J.P.A. Nicolai (plastisch chirurg) 1988
3) Codex Medicus. Vademecum voor geneeskunde en gezondheidszorg. Reedbusines. 2014

Foto’s: L. Hoving

Related posts