Vallen: voorkomen is beter

In het r a p p o r t v a n veiligheid N L dat in d e c e m b e r 2015 is uitgebracht w o r d t v e r m e l d dat h e t aantal dodelijke ongevallen van o u d e r e n in de afgelopen 20 j a a r verdubbeld is. V o o r n a a m s te o o r z a a k die h i e r v o o r wordt genoemd is d e vergrijzing. In h e t r a p p o r t wordt benoemd dat vallen m e t n a m e e e n groot p r o b l e em is o n d e r o u d e r e n (65-*-).

In 2014 kwamen 88.000 ouderen op de spoedeisende hulp na een valpartij. 40.000 ouderen werden opgenomen in het ziekenhuis als gevolg van een val, en bijna 3000 valpartijen hadden een dodelijke afloop. Er wordt ook genoemd dat het valrisico toeneemt naarmate de leeftijd vordert. Kortom, hoe ouder de persoon, hoe groter het valrisico. Hoe komt het eigenlijk dat ouderen sneller vallen? En dat een ‘onschuldige’ valpartij toch een fatale afloop kan hebben?

Oorzaken
ledereen valt wel eens, maar naarmate de leeftijd vordert, neemt de kans op vallen aanzienlijk toe. Er zijn veel verschillende factoren die kunnen bijdragen aan een vergroot valrisico.

De eerste factor is bewegen. Onvoldoende beweging is een zeer belangrijke factor bij het vallen. De laatste jaren is er veel aandacht voor voldoende beweging, ook bij ouderen. Onlangs werd bij de Geriatriedagen verteld dat uit onderzoek is gebleken dat de gemiddelde verpleeghuisbewoner slechts vijf minuten per dag beweegt! We kennen allemaal de gezonde beweegnorm: 30 minuten per dag matig intensief bewegen om gezond te blijven. Het menselijk lichaam is een zeer functioneel en efficiënt systeem dat werkt volgens het principe: use it or lose it. In het kader van te weinig bewegen wil dit zeggen dat spieren die niet worden gebruikt, niet nuttig zijn voor het lichaam en dus vindt er atrofie (spierafbraak) plaats. De spieren zijn niet alleen bepalend voor de hoeveelheid kracht waarover iemand beschikt, maar hebben ook invloed op de stabiliteit van een gewricht. Een gewricht is omringd door meerdere spieren die in verschillende bewegingsrichtingen invloed uitoefenen. Wanneer de spieren afnemen, raken ze ook minder goed op elkaar afgestemd, waardoor de stabiliteit van een gewricht afneemt. Bij vrijwel alle ouderen (vanaf 65+) kun je er vanuit gaan dat er in meer of mindere mate sprake is van artrose, oftewel gewrichtsslijtage. Het oppervlak van beide gewrichtsdelen is niet meer mooi glad maar ‘slijt’ en past daardoor niet meer mooi op elkaar. Dit geeft meestal aanleiding tot pijn. Vaak zijn we geneigd om bij pijn juist niet te doen wat goed is (namelijk de spieren trainen zodat ze de stabiliserende functie weer uit kunnen oefenen) maar om minder te bewegen. Bewegen doet immers zeer? Maar door het minder bewegen nemen de spieren nog verder af en gaat het bewegen nog moeilijker en levert meer pijn op. Doordat er minder bewogen wordt, voelen mensen zich ook vaak instabieler en krijgen angst om te vallen. Behalve dat de spierkracht hierdoor afneemt, kunnen mensen ook langzamer gaan bewegen en onzekerder, meer gespannen gaan bewegen. Tevens worden het evenwicht en de lenigheid minder. Wat ook weer een negatief effect heeft op het valrisico.

Een andere factor die van invloed is, is een onveilige omgeving. Denk aan zaken als losliggende kleedjes, gladde badkamervloer, losse draden in huis, hoge drempels, is vragen om problemen.

Ook bepaalde neurologische aandoeningen kunnen vallen in de hand werken. Wanneer iemand een CVA (cerebro vasculair accident, oftewel beroerte) krijgt, kan het zijn dat hij opeens de kracht en sturing over een been verliest en daardoor komt te vallen. Maar ook op de langere termijn kan het krijgen van een beroerte een negatief effect hebben op de valkans. De kans is aanwezig dat er na een CVA restverschijnselen overblijven zoals een klapvoet. Een klapvoet kan niet meer goed worden opgetild tijdens het lopen en als dit niet goed wordt gecompenseerd (bijvoorbeeld met een spalk of aangepast schoeisel) dan slepen mensen meer met die voet, hetgeen vallen in de hand werkt. onvoldoende ruimte om te manoeuvreren in de kamer etc. Aangezien er legio websites zijn waar hierover meer informatie te vinden is, zal hier in dit artikel dan ook niet verder op worden ingegaan.

Een derde mogelijke oorzaak is duizeligheid. Naarmate mensen ouder worden, krijgen zij sneller te maken met duizeligheid. Dit kan bijvoorbeeld ontstaan door orthostatische hypotensie (een bloeddrukdaling wanneer men te snel omhoog komt uit een liggende of zittende positie), hartritmestoornissen, door medicijngebruik met duizeligheid als bijwerking of door artrose in de nek. Naarmate mensen ouder worden, krijgen ze meer te maken met aandoeningen die een negatief effect hebben op de manier van bewegen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de ziekte van Parkinson. Bij deze ziekte verliezen mensen langzaam de controle over het bewuste bewegen. Gevolg hiervan kan zijn dat zij hyperkinetische (overbewegelijk zijn zonder dit zelf te kunnen stoppen of controleren) momenten hebben waarbij de balans tijdens het staan en lopen bemoeilijkt wordt. Ook kan men te maken krijgen met r i giditeit en het zogenaamde ‘freezing’, waarbij het niet lukt om van de ene beweging over te gaan naar de volgende beweging. Het kan voorkomen dat dit tijdens het lopen gebeurt: de voeten komen plotseling niet meer van de grond met als mogelijk gevolg evenwichtsverlies en vallen. De v/sus is ook van invloed op het bewegen. Als je zicht afneemt zie je de omgeving niet meer goed, zie je minder contrast of kan je diepte minder goed inschatten. Daardoor kan er gemakkelijk een valpartij gebeuren door het niet zien van een losliggende stoeptegel of de opkrullende rand van dat leuke tapijtje.

Fataal?
Zoals al eerder gezegd, neemt de kans op vallen toe op hogere leeftijd, een aantal redenen hiervoor is reeds besproken in dit artikel. Maar waarom is een valpartij bij een oudere medemens gevaarlijker, en waarom sterven er jaarlijks bijna 3000 ouderen door een valpartij? Het rapport van veiligheidNL geeft hier een aantal redenen voor. Van de bijna 3000 mensen die in 2014 zijn overleden door een valpartij is 43% overleden als gevolg van een heupfractuur (gebroken heup), 25 % als gevolg van hersenletsel en 32 % door overige oorzaken.

Onder de oudere bevolking is er sprake van osteoporose, ofwel botontkalking, met name bij oudere dames. Hierdoor is het bot zwakker en breekt het gemakkelijker door een inwerkende kracht zoals een valpartij. Toch is er niet altijd een inwerkende kracht nodig. Bij sommige ouderen is het bot zo zwak dat het ook spontaan kan breken. Voorbeeld hiervan is een dame van 84 jaar die opstaat uit de stoel en opeens een enorme pijn in de rug heeft. Zij is niet gevallen en heeft geen enkel trauma in de voorgeschiedenis. Toch blijkt deze dame een breuk te hebben, een spontane inzakkingsfractuur van de wervels van de onderrug.

Evenwichtsproblemen? Zorg voor stevig schoeisel.
Na een heupfractuur overlijden ouderen meestal niet zozeer aan de fractuur op zich. Wel kan het zijn dat zij te fragiel waren om de operatie aan de heup te doorstaan en dat het hart het begeeft tijdens de operatie. Ook zijn ouderen vaak gevoeliger voor een delier, een plotseling optredende toestand waarbij men zeer verward is, kan hallucineren en zijn oriëntatie in tijd en plaats kwijtraakt. Ouderen zijn bovendien kwetsbaarder voor het oplopen van een longontsteking of urineweginfectie tijdens ziekenhuisopname en door de tijdelijk afgenomen mobiliteit lopen zij een groter risico op doorligplekken. Als een kwetsbare oudere blootgesteld wordt aan meerdere van dergelijke negatieve gezondheidstoestanden dan kan het zijn dat hij er niet meer bovenop kan komen, en aan de gevolgen van deze aanslagen op de gezondheid komt te overlijden.

Oudere hersens krimpen
Hersenletsel kan bij een 65+’er veel sneller optreden dan bij een jonger iemand en al door een relatief kleine inwerkende kracht. Bij het ouder worden wordt het schedelbot dunner, waardoor het de hersenen minder goed beschermt tegen een inwerkende kracht. Wat niet algemeen bekend is, is dat hersenen krimpen naarmate we ouder worden. Het gevolg is dat er meer ruimte is voor beweging van de hersenen binnen de schedel. Wanneer iemand zijn hoofd hard stoot, wordt de schedel abrupt gestopt in zijn voorwaartse beweging door het voorwerp waar tegenaan gestoten wordt. Echter, door de ruimte die er is tussen de hersenen en de schedel is er sprake van traagheid van massa: de schedel stoot tegen een voorwerp, stopt daardoor in de beweging, maar de hersenen bewegen nog even door en ‘botsen’ tegen de binnenkant van de schedel. Door de ruimte die hier is, komt er tijdens dergelijke ongevallen meer rek op de bloedvaten en andere structuren van de hersenen, waardoor die beschadigd kunnen raken.

Aandachtspunten voor de E H B O ‘ er
Houd de mogelijkheid van een spontane fractuur voor ogen. Een ernstige, plotseling optredende pijn kan in die richting wijzen. Neem stoten van het hoofd en valpartijen waarbij het hoofd in aanraking is gekomen met een voorwerp/grond niet te licht op. Ouderen zijn kwetsbaarder voor hersenletsel dan jongeren. Houd iemand na een incident waarbij het hoofd gestoten is, nauwlettend in de gaten en let op verschijnselen van hersenletsel (zoals het brilhematoom).

Bron: www.veiligheid.nl

Margreet Nederhoed, fysiotherapeut instructeur eerste hulp

Related posts