Voor Gerard gaat het leven door. Een geslaagde reanimatie

Gerard van Broekhuijsen, instructeur eerste hulp

Van reanimator tot gereanimeerde. In Hulpverleners Magazine nr 7 (febr. 2013) berichtte ik over een geslaagde reanimatie in het zwembad. W i e kon verwachten dat ik binnen enkele maanden zelf zou worden gereanimeerd!

Rond 6 uur die morgen werd mijn v r o uw wakker van mijn zwaar snurkende ademhaling en constateerde zij dat ik niet reageerde op aanspreken. Snel belde ze 112. D e centraliste instrueerde haar aan de lijn te blijven, de voordeur te openen en te starten met reanimatie. Binnen I minuut was de politie t e r plaatse met een AED. Een van de politieagentes nam direct de reanimatie van mijn v r o uw over t e r w i j l de anderen de A ED aansloten. A l snel arriveerde er ook een ambulance en een tweede kwam er spoedig achteraan. Daarna werd er een derde ambulance gewaarschuwd, aangezien mijn dochter de chauffeur van de eerst gealarmeerde ambulance was. De centralist achtte het verstandiger dat zij haar moeder zou bijstaan. Na het stabiliseren w e r d besloten met spoed naar de VU in Amsterdam te rijden, daar door kaakklem intuberen niet mogelijk bleek. Er was een anesthesioloog ingevlogen die onderweg kon overstappen in de ambulance en een roesje kon toedienen, waardoor de adembuis wel kon worden geplaatst. In de V U was alles in gereedheid gebracht om de behandeling aan t e vangen, die begon met het in onderkoelde toestand brengen van ondergetekende.

Vier dagen bleef mijn familie in afwachting van de dingen die komen gingen, maar daarvan kan ik mij absoluut niets herinneren. Uiteindelijk kon ik eindelijk op t r a n s p o r t naar het Rode Kruis ziekenhuis in Beverwijk, waar ik nog een nacht op de IC doorbracht en daarna op zaal kon. Inmiddels stroomden de steunbetuigingen en b e t e r schapskaartjes binnen, zodat de wand achter mijn bed een k l e u r r i j k behangetje kreeg. De afzenders van de kaarten beseffen vaak niet half wat dergelijke ‘harten onder de r i e m ‘ teweeg kunnen brengen. Emotioneel gezien ben je na een h a r t s t i l s t a nd t o c h veel gevoeliger.Ik zeker!

Kostbare tijd gaat verloren als eerst familie wordt gebeld
Een maand later kreeg ik een dotterbehandeling met stent om een vernauwing in een van de kransslagaderen op te heffen. Daarna kreeg ik een MRI-scan met aansluitend het plaatsen van een I C D . Deze I CD (Implanteerbare Cardioverter Defibrillator) kan hartritmestoornissen opsporen en ingrijpen, waaronder defibrilleren! Direct na het plaatsen w o r d t d i t o o k inderdaad getest: de h a r t kamers worden in fibrillatie gebracht en de cardiochirurg kijkt t o e – met zijn handen in zijn zakken – o f de I CD defibrilleert! Check!

Een dag na het plaatsen van de I CD w e r d een c o n t r o l e f o t o gemaakt om te kijken o f de e l e k t r o d e op de juiste plaats op de hartspier is vastgehecht en e r bij het plaatsen geen schade aan vitale organen is ontstaan. Omdat alles in o r d e was, mocht ik weer naar huis. Vanzelfsprekend met de nodige medicijnen en controleafspraken.

In een reanimatiesetting komen verschillende aspecten aan bod en moeten er snel beslissingen worden genomen. Dit geldt niet alleen voor het ambulancepersoneel en het medisch personeel in het ziekenhuis, maar ook voor de eerstehulpverlener. Het is een complex geheel van handelingen, waarbij het een naadloos aansluit op het andere. die wij wachten met het starten van reanimatie zal ervoor zorgen dat de overlevingskans met globaal 10% zal dalen.

Uiteraard is dit van veel meer factoren afhankelijk dan van alleen de factor tijd. O o k de conditie, medische voorgeschiedenis maar bovenal de oorzaak van de circulatiestilstand bepalen in hoeverre iemand echt nog overlevingskansen heeft en hoe groot deze zijn. De eerste en belangrijkste beslissing w o r d t genomen door de burgerhulpverlener/omstander. Die eerste beslissing is namelijk gebaseerd op de vraag of er moet worden gestart met reanimatie o f niet. H e t instrument om op die vraag een antwoord te krijgen is de ademhalingscontrole. Al lijkt dit niet de meest ingewikkelde handeling, toch is dit een van de belangrijkste handelingen die het verschil zullen gaan maken tussen overleven of niet. De burgerhulpverlener zal daarbij de belangrijkste spil in dit geheel zijn, daar hij/zij immers de eerste is die t e r plaatse zal zijn. Hij of zij zal snel de circulatiestilstand moeten herkennen, zodat er snel deskundige hulp ingeroepen kan worden. Ambulanceverpleegkundigen hebben voldoende kennis, apparatuur en medicijnen bij zich en het ziekenhuis heeft een arsenaal aan apparatuur, medicijnen, artsen, verpleegkundigen, e t c , maar als er niet op tijd w o r d t gealarmeerd en er niet direct w o r d t gestart met reanimatie dan zal dit alles vaak niet veel meerwaarde hebben. Dat komt omdat er dan door tijdsverlies teveel hersenweefsel afsterft ten gevolge van zuurstofgebrek. Dat zorgt er dan voor dat iemand niet (goed) meer wakker zal gaan worden na de comateuze fase op de intensive care, als men de IC haalt. Later meer hierover.

Wat gebeurt er als de ambulancedienst er is? En wat gebeurt er in het ziekenhuis? Dit zijn allemaal vragen waar dit artikel een antwoord op zal geven. Snelle herkenning van een ademstilstand is essentieel We starten met reanimatie op het moment dat er een circulatiestilstand plaatsvindt. Daarmee willen we bereiken dat de zuurstofreserves die nog in het bloed zitten zo goed mogelijk worden gebruikt d o o r deze door middel van een kunstmatige circulatie (reanimatie) aan te bieden aan de vitale weefsels, zoals de hersenen. D i t om zo veel mogelijk te voorkomen dat deze weefsels afsterven door zuurstofgebrek (hypoxie). Daarmee is tijd gemoeid, want elke minuut telt.

Een circulatiestilstand kan plaatsvinden door een groot aantal factoren, dus acuut zoeken naar de oorzaak heeft niet altijd direct zin. Belangrijker is om eerst te proberen de circulatie te herstellen. D i t zal in een enkel geval al snel lukken door middel van reanimatie met hulp van een AED. In dit geval hebben we veel tijd gewonnen, wat de overlevingskansen aanzienlijk zal verhogen. In veel gevallen is daar echter meer voor nodig en is het zaak de tijd die de ambulance nodig heeft om aan te rijden zo goed mogelijk te gebruiken door de reanimatie kordaat te continueren. Z o d r a de ambulancedienst is gearriveerd zullen zij het ALS-protocol (Advanced Life Support) gaan starten. In de richtlijnen van de Nederlandse Reanimatieraad sluit het ALS-protocol goed aan op het BLS-protocol (Basic Life Support) van de lekenhulpverlener. Het ALS-protocol is voor professionele reanimatieteams en is geschreven voor daartoe opgeleide verpleegkundigen en artsen. Ter plekke zal de ambulanceverpleegkundige direct gaan kijken wat het hartritme is op het moment van aankomst. Dit geschiedt door middel van de zogenaamde quicklook met de hartmonitor. (Indien er al een AED is aangesloten, zal deze nog even blijven zitten om later te worden vervangen door de hartmonitor.) De quicklook (of AED) bepaalt waarmee in het ALS-protocol zal worden gestart. (Direct defibrilleren of eerst doorgaan met reanimatie.) Daarna zal het team zich eerst gaan ontfermen over de luchtweg en ademhaling van de patiënt, en zal er een infuusnaald worden ingebracht.

De belangrijkste spil in dit geheel is namelijk zuurstof in combinatie met een goede circulatie. D i t gebeurt veelal eerst door kapbeademing. Er zal daarna vaak worden gekozen om zo spoedig mogelijk een buisje (endotracheale tube) in de luchtweg te plaatsen door middel van intubatie. D i t buisje eindigt vlak voor de luchtwegvertakking van de linker- en rechterlong. Aan het eind van de tube zit een ballonnetje dat rondom het buisje w o r d t opgeblazen zodat de luchtweg w o r d t afgesloten voor alles wat langs de buitenkant van dit buisje naar binnen of buiten w i l . Zo kan er nu een beademingsballon worden aangesloten op de tube om zuurstof gemengd met buitenlucht naar binnen te blazen. Dat intuberen lukt soms niet d o o r een kaakklem. Dan moet er een arts (van het Mobiel Medisch Team) t er plaatse komen om het slachtoffer te verslappen met een spierverslapper om het intuberen mogelijk te gaan maken. Omdat dit een risicovolle handeling is, moet een anesthesioloog o f intensivist dit doen. Alle spieren in het lichaam worden namelijk volledig verslapt: ademhalen, ogen openen, praten, slikken etc. is dan tijdelijk geheel niet meer mogelijk, ook niet als de circulatie zich heeft hersteld. het zuurstofgehalte moet ook het C 0 2 gehalte w o r den gecontroleerd/gecorrigeerd. Dat kan door de beademing aan te passen totdat normaal waarden worden bereikt. Het controleren van het C 0 2 gehalte gebeurt door middel van een sensor (capnograaf) die tussen de beademingsbuis en de beademingsballon w o r d t geplaatst en op de monitor wordt aangesloten.

Het toedienen van zuurstof is een belangrijke spil
Nu is het eerste probleem opgelost, namelijk de luchtweg is vrij en toegankelijk. Maar dat gaat niet altijd zo makkelijk, want soms gaat het slachtoffer braken of heeft gebraakt. Daarom is er ook altijd een afzuigpomp aanwezig waarmee de ambulanceverpleegkundige het braaksel zo veel mogelijk uit de luchtweg en mond kan zuigen om goed te kunnen intuberen. Dan is het zaak om nu elke twee minuten goed de monitor te blijven observeren om te zien wat het hartritme is. Is er nu een (goed) hartritme o f niet? Dat bepaalt namelijk nu de verdere ingezette therapie. Indien er (nog) sprake is van bijvoorbeeld ventrikelfibrilleren, dan moet er (weer) worden gedefibrilleerd. Maar is er sprake van een hartstilstand dan heeft defibrilleren geen zin. In beide gevallen moet er medicatie worden toegediend. In het geval van ventrikelfibrilleren moeten er medicijnen worden gegeven om de prikkelgeleiding van het hart te remmen, en in het geval van een hartstilstand moeten er medicijnen worden gegeven om het hart juist prikkelbaar te maken. Dat gebeurt met Adrenaline en Amiodaron. Adrenaline maakt het hart prikkelbaar, Amiodaron zal de geleiding van het hart gaan remmen. Deze medicijnen worden volgens een vast terugkeerpatroon toegediend in het ALS-protocol, waar telkens na twee minuten aan borstcompressies w o r d t gekeken naar het hartritme en/of er een reactie is gekomen op de medicijnen en o f het hartritme wellicht is gewijzigd. Afhankelijk daarvan moet soms de behandeling volgens protocol worden aangepast. In de tussentijd moet er door de professional worden nagedacht wat de oorzaak is om deze eventueel weg te nemen, althans… voor zover dat op dit moment mogelijk is. Er w o r d t volgens de 4 H’s en 4 T’s’ snel getracht uit te zoeken wat de mogelijke oorzaak is. D it alles zijn heel veel handelingen die snel moeten plaatsvinden en dat is dan ook de reden dat er voor een reanimatie altijd twee ambulances zullen worden gestuurd zodat twee verpleegkundigen en twee chauffeurs elkaar kunnen ondersteunen tijdens al deze handelingen. Zodra het slachtoffer een stabiel hartritme heeft met een bloeddruk (output), zal het slachtoffer zo snel mogelijk naar het ziekenhuis worden vervoerd. De ambulanceverpleegkundige doet een vooraankondiging zodat het reanimatieteam aldaar klaarstaat om het slachtoffer op te vangen.

Meer lezen?
i) Lees het vervolgtraject in het ziekenhuis op: (Artikelcode: 150312)

Related posts