Vraag en antwoord

E r v a r i n g s d e s k u n d i g e n F r i t s S c h u t ( K e n n i s c e n t r u m B e d r i j f s h u l p v e r l e n i n g N V B ) en P e t er S c h e p e r s ( i n t e n s i v e c a r e v e r p l e e g k u n d i g e e n e e r s t e h u l p i n s t r u c t e u r ) g e v e n p r a k t i s c he a n t w o o r d e n o p p r a n g e n d e v r a g e n ! M a i l u w B H V / b r a n d p r e v e n t i e v r a g e n n a a r i n f o @ n v b – b h v . n l en u w E H B O / m e d i s c h g e r e l a t e e r d e v r a g e n n a a r p _ s c h e p e r s @ h e t n e t . n l.

V r a ag
In het B o u w b e s l u i t 2012 w o r d t het rookcomparti m e n t niet m e e r g e n o e m d . H o e zit de c o m p a r t i m e n t e r i n g nu in e l k a a r?

A n t w o o rd
Het Bouwbesluit 2012 kent drie brandcompartimentsvormen:

  • Brandcompartiment
  • Subbrandcompartiment
  • Beschermd subbrandcompartiment

Het brandcompartiment is een gedeelte van een gebouw dat bestemd is als maximaal uitbreidingsgebied voor branden. De bedoeling is dat de brandweer een brand t o t d i t gebied kan beperken. De g r o o t t e moet daarom beperkt zijn en ligt doorgaans tussen 500 en 3000 m2 . Subbrandcompartimenten liggen binnen brandcompartimenten. Ze dienen vooral om verspreiding van rook, vuur en hitte te voorkomen. Vroeger heette dit een rookcompartiment. Een beschermd subbrandcompartiment heeft een hogere bescherming dan een subbrandcompartiment. Het w o r dt vooral toegepast bij logiesbedrijven (hotels), bedgebonden ruimtes of gevangenissen. Het maximale oppervlak is 500 m2.

Voor alle compartimenten is een maximale tijd vastgesteld waarin weerstand moet worden geboden aan branddoorslag en brandoverslag (WBDBO). Hierbij worden er voor nieuwbouw of oudbouw verschillende tijden gehanteerd. Bij brandcompartimenten is de W B D B O respectievelijk 60 en 30 of 20 minuten en bij subbrandcompartiment e n en beschermde subbrandcompartimenten 30 of 20 minuten.

Frits Schut
*Opmerking: een gebouw kan zelf ook I brandcompartiment vormen.

 

V r a ag
Bij een bewusteloos slachtoffer c o n t r o l e r e n wij de ademhaling 10 seconden. A l s het slachtoffer nu Ik e e r in 10 s e c o n d e n gaat a d e m e n , dus dat is dan 6 maal per minuut m o e t e n we dan gaan reanimeren?

A n t w o o rd
In de richtlijnen van de Nederlandse Reanimatie Raad staat duidelijk gesteld dat wij bij het controleren van de ademhaling gedurende 10 seconden moeten kijken, luisteren en voelen om een NORMALE ademhaling te kunnen bevestigen. Dit houdt in dat wij in die 10 seconden 2-3 duidelijke ademteugen moeten hebben kunnen constateren zonder luidruchtige, zware bijgeluiden (alles wat afwijkt van normaal). Een gezond mens ademt ongeveer 12-18 keer per minuut. Dat komt overeen met 2-3 keer per 10 seconden. 6 ademteugen is dus veel te weinig om het lichaam van een goede ventilatie/oxyginatie te kunnen voorzien. Als daarbij het slachtoffer o o k nog buiten bewustzijn is, betekent dit dus een abnormale ademhaling en moet men direct starten met alarmeren en reanimeren om verdere twijfel en daardoor tijdsverlies te voorkomen. Tijdens een circulatiestilstand kan de ademhaling zich vrij divers presenteren, in ieder geval altijd abnormaal. Dit geldt ook als de ademhaling wel lijkt te voldoen aan de gestelde frequentie (2-3x per 10 seconden) maar luidruchtig, schokkerig, etc. (dus abnormaal) is. Onthoud bovenal: starten met reanimatie t e r w i j l dit wellicht niet noodzakelijk is, is vele malen minder erg dan I minuut (te) lang wachten terwijl reanimatie wel noodzakelijk is. Bij elke minuut dat noodzakelijke reanimatie w o r d t uitgesteld zal de overlevingskans met r u im 10% dalen. Veelal w o r d t er getwijfeld bij een v o rm van ademhaling (dat kan dus ook gaspen zijn). Dat twijfelen hoeft dus niet en dat willen we met dit handvat voorkomen. Bij twijfel altijd starten!

Peter Schepers

 

Related posts